We delen de aarde met miljoenen andere soorten, maar in hoeverre kunnen we ons in hen inleven? In Tongval van het verdwijnen zoeken vijftig dichters de grenzen van de taal op om dier, plant, schimmel en bacterie een stem te geven. Sommigen woelden door woestijnen of dansten door de toendra, anderen gingen zaaien in hun achtertuin of spitten in hun afvalbak. Van de Antarctische dansmug en de cyanobacterie, tot de rondogalago en de plofkip: allemaal soorten die in de breedste zin van het woord bedreigd zijn. Niet zelden heeft de mens daar iets mee te maken. Habitatvernietiging, klimaatverandering, jacht en vervuiling leiden tot een schrijnend verlies aan biodiversiteit. In deze tweede bundel van de Klimaatdichters mag dat verdwijnende leven in al zijn tongvallen luidkeels zingen.
De Klimaatdichters is een beweging van in het Nederlands schrijvende woordkunstenaars. Ze strijden met poëzie in al haar verschijningsvormen voor verbinding met wie naast, boven en onder ons leeft. Ze zijn actief in het hele Nederlandse taalgebied en tellen meer dan tweehonderdzestig leden.
Tijdens de presentatie worden boomkunstwerken van Dorine van der Ploeg (Heerlen, 1983) tentoongesteld. Het gelaagde werk van Dorine van der Ploeg balanceert tussen abstractie en figuratie. Perceptie is daarbij een kernbegrip. Haar werk groeit vanuit de zorgvuldige observatie van het haar omringende landschap. De tentoongestelde bomen nodigen de toeschouwer uit om de werkelijkheid opnieuw te ervaren. Elke boom wordt bij Dorine een lichtvoetig maar bezwerend bos. Voor meer informatie: Marieke Severens Gallery in Maastricht.